Museumpodcast

In november 2015 sprak ik Sophie Heijkoop van de Museumpodcast. Sophie trekt door het land voor gesprekken met mensen die in musea werken en deelt die gesprekken in de vorm van podcasts. Ik volgde haar werk al een tijdje en vond het erg leuk dat ze ook met mij kwam praten. We spraken over mijn promotieonderzoek bij de UvA en het Allard Pierson Museum en het meSch project waarbinnen ik mijn onderzoek doe. Maar we spraken vooral over het gebruik van digitale media in het museum en waarom dat soms zo ontzettend lastig, maar ook enorm inspirerend is.

In veel musea worden digitale media geïntroduceerd in de vorm van een op maat gemaakte installatie die vaak een behoorlijke investering vraagt. Soms is dit direct een groot succes, maar vaker kom je er als museum pas achter wat er aan een installatie schort op het moment dat hij al op zaal staat en aanpassingen nog maar beperkt mogelijk zijn. Dit zorgt ervoor dat dergelijke installaties vaak een behoorlijk risico met zich meebrengen. Samen met de hoge kosten betekent dit vooral voor kleinere musea vaak dat ze besluiten van het gebruik van digitale installaties af te zien. Dat vind ik jammer, want er zijn ook andere manieren om digitale media in je museum te introduceren.

Met Sophie sprak ik over het meSch project dat zich tot doel heeft gesteld om het voor alle musea mogelijk te maken om klein te beginnen, intern kennis en vaardigheden op te bouwen over de mogelijkheden van de technologie, en al testend en onderzoekend tot een installatie te komen die werkt voor jouw organisatie en jouw publiek. Daarbij is het ook nog mogelijk om hardware, software en de content die je ontwikkeld makkelijk aan te passen en opnieuw te gebruiken.

De afgelopen jaren heb ik binnen dit project veel samen gewerkt met ontwerpers en programmeurs. Ik heb van hen geleerd om mijn werk op een andere manier te benaderen. Getraind als ‘museummens’ ben ik gewend om een tentoonstelling intern, misschien met partners, te ontwikkelen en pas als hij af is voor het publiek toegankelijk te maken. Deze mij zo vertrouwde werkwijze is veel van de mensen waar ik de afgelopen jaren mee heb gewerkt volkomen vreemd. In essentie is er weinig verschil tussen het maken van een tentoonstelling, een app, een productverpakking of een website, maar er is een groot verschil in het werkproces. De productontwikkelaars, app-ontwikkelaars en websitebouwers waar ik mee werkte zijn er van overtuigd dat ze alleen een geschikt product voor hun gebruikers kunnen maken als ze al vanaf een vroeg stadium dingen uitproberen, testen en het liefst zo snel mogelijk aan hun doelgroep geven om te zien of de ideeën die ze hebben over gebruik en toegankelijkheid daadwerkelijk kloppen.

Ik denk dat musea er baat bij zouden hebben als ook zij deze manier van werken zouden omarmen voor de ontwikkeling van digitale media, maar misschien ook wel in het proces van tentoonstellingsontwikkeling. In een vroeg stadium onderzoek doen naar de basiskennis van bezoekers over een bepaald onderwerp, de leesbaarheid van tekstbordjes en de logica van de clustering van thema’s kan een tentoonstelling enorm verbeteren.

Met Sophie sprak ik vooral over de manier waarop we digitale media al testend kunnen ontwikkelen. Dat kan beginnen met papieren prototypes. Je zult er verstelt van staan hoe de fysieke aanwezigheid van een eerste idee, in de vorm van pijpenragers en klei, een brainstormsessie richting en vorm kan geven en al heel snel mogelijke gebruiksproblemen boven tafel kan krijgen. Daarna kan een concrete proefopstelling de volgende stap zijn. In het Digital Media Lab van het Allard Pierson Museum bouwen we onder andere digitale installaties met behulp van de meSch toolkit. Met een aantal microcomputers, wat sensoren en een lokale server kunnen we vrij makkelijk verschillende scenario’s en gebruiksmogelijkheden van een installatie bouwen en testen, zonder dat daar grote investeringen voor nodig zijn. En de meeste van deze apparaten kunnen we hergebruiken voor volgende testopstellingen.

Op het gebied van social media hebben veel musea de laatste jaren grote stappen gemaakt. Ze maakten een profiel aan en gingen aan de slag. Al doende leerden ze wat goed werkte en wat geen succes was, maar ze kregen ook inzicht in de tijdsinvestering en het onderhoud die de verschillende media vragen. Ik zou musea willen aanraden om met dezelfde open, verkennende houding aan de slag te gaan met digitale media op zaal. Ik ben nog zelden een bezoeker tegengekomen die het niet fijn vond dat haar mening werd gevraagd. Als er vervolgens ook nog eens concreet iets met die feedback gebeurt, ben je als museum op weg om een duurzame, open en gelijkwaardige relatie met je publiek op te bouwen én kun je je aanbod op zaal verbeteren.

Verder hadden we het er over dat digitale media veel meer kunnen bieden dan
‘meer informatie’ op een schermpje. Het kan je helpen een nieuw soort beleving te ontwikkelen, het kan je bezoekers handvatten geven om hun bezoek “bij de lurven te grijpen”, en het kan je museum toegankelijk maken voor mensen die zich nu misschien niet thuis voelen in je organisatie. En in hemelsnaam, maak gebruik van die mooie collectie!

Het hele gesprek is hier te beluisteren. Je kunt je ook gratis abonneren op de Museumpodcast, zodat je geen aflevering meer hoeft te missen.

Merel van der Vaart
Merel has worked in the culture & heritage sector for over 10 years, with organisations across Europe. She prefers to work on projects that build bridges between collections and people and uses digital as one of many tools to explore and create relevance, participation, radical trust and knowledge sharing. In her work, Merel combines hands-on experience with academic knowledge.

Reacties zijn altijd welkom